Reformatorisch Dagblad, 4 september 2003
Terug naar de brede
gereformeerde traditie
Dr. K. van der Zwaag: Voor ruime verkondiging kunnen we volop bij onze eigen klassieken terecht
J. R. A. Dekker
Bevindelijk gereformeerden moeten terug naar het oude,
beproefde goud van Reformatie, Nadere Reformatie en de puriteinen. Aan het einde
van een jarenlange zoektocht kan dr. K. van der Zwaag tot geen andere conclusie
komen. "Bij de reformatoren, oudvaders en puriteinen kunnen we de antwoorden
vinden op al die vragen waarover nu in reformatorische kring zo veel verschil
van mening is."
Hoe word ik een kind van God? Kan ik weten dat ik uitverkoren ben? Meent de
Heere het werkelijk als Hij mij roept? Het zijn vragen die menige kerkganger in
de gereformeerde gezindte bezighouden. Ze hebben alles te maken met, wat
theologen wel noemen, de toe-eigening van het heil. Centraal bij deze vragen
rond de toe-eigening staat: hoe krijg ik persoonlijk deel aan de verlossing in
Christus? De antwoorden hierop zijn divers, ook in reformatorische kring, weet
Van der Zwaag, kerkredacteur bij het Reformatorisch Dagblad.
Benieuwd naar de oorsprong van deze verschillen startte hij een historisch en
theologisch onderzoek. Beginnend bij Augustinus ging hij na wat theologen in de
loop der eeuwen hebben gezegd over verkiezing, verbond, beloften, aanbod van
genade en andere thema's waarover in de gereformeerde gezindte geen
eenduidigheid is. Vele honderden geschriften van bijna net zo veel theologen
sloeg hij erop na. Resultaat: een boek van bijna 1100 pagina's, dat deze week
verschijnt. Het is dat enkele reformatorische ondernemers een subsidie hebben
verstrekt, anders had de publicatie, die nu nog geen 30 euro kost, minstens het
dubbele gekost.
Lijdelijkheid en activisme
"Het thema van de toe-eigening houdt me al een hele tijd bezig", vertelt Van
der Zwaag in zijn studeerkamer in Barneveld, waar hij lid is van de plaatselijke
gereformeerde gemeente. "Eigenlijk al vanaf mijn achttiende. Vanuit mijn
interesse in levensbeschouwelijke vragen liet ik me inschrijven voor de studie
filosofie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en nam als bijvak
kerkgeschiedenis. Met alle zaken die nu in mijn boek aan de orde komen, was ik
destijds al bezig. De drang om met een werk over de toe-eigening te komen, werd
enkele jaren terug pas echt groot. Toen kwam ik persoonlijk tot helderheid
inzake het geloof. Ik ging zien dat Christus gewillig is om zondaren zalig te
maken. Dat werd voor mij doorslaggevend. Vanaf die tijd ervoer ik een sterke
behoefte om anderen door te geven wat ik had opgediept."
"Afwachten of verwachten" luidt de titel van het vuistdikke boek. "Het eerste
slaat op lijdelijk afwachten, het tweede woord op een verwachtingsvol uitzien
naar wat God uit vrije genade schenkt. Het tweede is bijbels, het eerste niet,
en ook niet gereformeerd. In mijn boek laat ik uitvoerig de klassieken van de
gereformeerde traditie aan het woord. Je ziet dan dat het absolute karakter van
de genade nooit de menselijke wil en de verantwoordelijkheid opheft.
Integendeel. Er wordt juist een appèl gedaan op deze wil. De mens, zo zegt
Boston letterlijk, moet met een hartelijke gewilligheid opendoen om Christus aan
te nemen zoals het Evangelie Hem aanbiedt."
Het pad tussen dode lijdelijkheid en remonstrants activisme is smal, benadrukt
Van der Zwaag. "Maar de gereformeerde traditie bewaart nu precies het juiste
evenwicht. We hoeven dus beslist niet naar de evangelische stromingen om een
ruime evangelieverkondiging te horen. We kunnen volop terecht bij onze eigen
klassieken. Mijn boek wil de lezer dan ook vooral opnieuw laten kennismaken met
de theologische schrijvers uit het verleden. Hopelijk gaat de reformatorische
kring zien wat voor schatten ze in huis heeft."
Tragiek
Van der Zwaag maakt zich zorgen over de bevindelijk gereformeerden, die
grofweg zijn te traceren in de Gereformeerde Gemeenten, de Gereformeerde
Gemeenten in Nederland, de Oud Gereformeerde Gemeenten en delen van de
Nederlandse Hervormde Kerk en de Christelijke Gereformeerde Kerken. Hij spreekt
zelfs van een zekere tragiek. "Velen van hen zeggen de bevinding en het
persoonlijke geloof te missen. Ze zijn onzeker over hun eeuwig behoud en vinden
geen troost in God. Niet weinigen worstelen hiermee hun leven lang zonder tot
helderheid te komen. Anderen kiezen voor de zogenaamde derde weg. Die zeggen
niet tot de wereld te behoren -want ze hebben immers belijdenis van de waarheid
gedaan- maar ook niet bij Gods volk. En die derde weg is onmogelijk. Want wie
niet voor is, is tegen."
De spanningen in de reformatorische kring nemen de laatste jaren toe, signaleert
hij. "Neem alleen al de jongerenavonden. De boodschap die de jonge mensen daar
meekrijgen, is dat ze naar Christus mogen gaan zoals ze zijn." Dat heeft in met
name de (Oud) Gereformeerde Gemeenten (in Nederland) tot onrust geleid. De jeugd
wordt geadviseerd deze avonden te mijden. "Gevolg daarvan is weer dat ds. H. J.
Hegger een vlammend boek heeft geschreven richting deze kerken. Op een overigens
heel andere wijze heeft ook ds. C. Harinck er onlangs toe opgeroepen in gesprek
te gaan met hen die anders wellicht de Gereformeerde Gemeenten zullen verlaten.
Hoe dan ook is merkbaar dat de kwestie van de toe-eigening, en daarmee ook van
de prediking, velen intensief bezighoudt."
Versmalling
Hoe zijn de verschillende visies op de toe-eigening totstandgekomen? Met
deze vraag in de hand zette Van der Zwaag zich aan zijn historisch en
theologisch onderzoek. "Mij werd daarbij duidelijk dat na de Afscheiding van
1834 er een theologische versmalling heeft plaatsgehad vergeleken met de periode
daarvoor. Je ziet dan een nevenstroom ontstaan, die steeds verder afwijkt van de
hoofdstroom van de gereformeerde traditie en het puritanisme. Al heel snel komt
er bij de afgescheidenen onenigheid over zaken zoals doop en verbond. De
ledeboerianen en de kruisgezinden, de voorvaderen van de Gereformeerde Gemeenten
(in Nederland), nemen een kritische houding aan tegenover het welmenend aanbod
van genade. In het gezelschapsleven van de 19e eeuw gaan
bekeringsgeschiedenissen een grote rol spelen. Daarin zie je steeds bepaalde
fases in het genadeleven terugkeren. De leer van de standen in het genadeleven,
zoals de Gereformeerde Gemeenten (in Nederland) die kennen, is daarop gestoeld.
Volgens deze leer vallen wedergeboorte en rechtvaardigmaking niet samen en is de
laatste een nadere weldaad, die veel gelovigen wellicht nooit zullen meemaken."
Bij de Reformatie treft Van der Zwaag echter geen standenleer aan.
"Kernboodschap van de reformatoren is dat wedergeboorte en rechtvaardigmaking
samenvallen. Kenmerk van het geloof is bij hen de directe toevlucht tot
Christus. Dat er mensen zijn die zeggen wedergeboren te zijn zonder Christus te
kennen, zie ik als een ontsporing. Bij een oudvader als Van der Groe kom je dat
ook niet tegen. Ik begrijp heel goed dat de leer van de standen in het
genadeleven pastoraal bedoeld is, waar bekommerden troost in vinden. Maar in de
praktijk vormt ze voor velen een belemmering om tot Christus te gaan." Binnen uw
kerkverband is ooit gezegd: Mensen die de standenleer kritiseren, verzetten zich
meestal tegen de noodzaak van de kennis der ellende als de weg waarin plaats
komt voor Christus.
"Dat ontken ik. Ik geloof zeker dat God Zelf plaatsmaakt voor de genade in
Christus. Wat doet een mens doen met een Verzoener en Verlosser als hij geen
last heeft van zijn zonde en ellende? Iets anders is hoe diep je ellendekennis
moet zijn om tot Christus te mogen gaan. In grote lijnen zeggen onze oudvaders
uit de 17e en de 18e eeuw dat je zo veel kennis van je ellende nodig hebt dat je
wordt uitgedreven naar Christus. Bij hen lees je niet dat je eerst Gods eer meer
moet liefhebben dan je eigen zaligheid en aan andere eisen moet voldoen voordat
je tot Hem mag naderen. Een mens mag als zondaar de toevlucht nemen tot
Christus. En door het geloof, dat een gave is van de Heilige Geest, wordt deze
onmiddellijk gerechtvaardigd, waarna de strijd begint tussen de oude en de
nieuwe mens. Dat is de boodschap van de brede gereformeerde traditie."
U signaleert dat ds. A. Moerkerken de theologische lijn heeft doorgetrokken van
ds. G. H. Kersten, de voorman van de Gereformeerde Gemeenten, en nooit afstand
heeft genomen van specifieke uitgangspunten van zijn kerkverband. Is het reëel
om anders te verlangen van een rector van de Theologische School in Rotterdam?
"Ds. Moerkerken kan zich inderdaad op ds. Kersten beroepen. Hij brengt met de
standenleer dan ook niet iets nieuws, zij het dat ds. Moerkerken deze leer in
twee boeken wel op formule heeft gebracht. Blijft staan dat noch ds. Kersten,
noch ds. Moerkerken de standenleer heeft getoetst aan de hoofdstroom van de
gereformeerde traditie."
Een breed scala van theologen komt in uw boek aan het woord: Brakel, Boston, de
hedendaagse predikanten De Vries en Heemskerk, maar ook een barthiaan als
Miskotte.
"Miskotte heb ik niet aangehaald om het reformatorische erfgoed te laten
toelichten. Maar het leek mij wel goed om de bevindelijk gereformeerden ook te
bezien vanuit het perspectief van een niet-bevindelijk iemand als Miskotte. Hij
kan ons als het ware een spiegel voorhouden, hoewel ik het met zijn barthiaanse
opvattingen natuurlijk niet eens ben. Ook Van Ruler heb ik verschillende keren
geciteerd, die scherp de, wat hij noemt, ultragereformeerden heeft bekritiseerd.
Ds. A. Vergunst moest, ondanks zijn felle kritiek op Van Rulers weergave,
erkennen dat er veel waarheidselementen in zaten."
De hervormde ds. I. Kievit was bij meningsverschillen over verbond, roeping en
aanbod van genade benauwd voor "een wild citatenspel uit oude schrijvers." In
hoeverre hebt u geprobeerd dit gevaar te omzeilen?
"Daarvan was ik me steeds bewust. Telkens weer heb ik mezelf afgevraagd of ik
niet oudvaders voor mijn eigen karretje spande. Ik meen evenwichtig en
uitgebreid te hebben geciteerd. Er zaten tussen de citaten zo veel juweeltjes
dat ik het moeilijk vond deze beknopt samen te vatten. Hopelijk vormt het boek
voor de lezers hierdoor een hernieuwde kennismaking met onze rijke traditie."
Uw boek wordt gezien als een steen in de vijver van met name de Gereformeerde
Gemeenten.
"Dat vind ik jammer. Iemand die een steen gooit, wekt beroering. En dat is juist
niet mijn bedoeling. Overigens ís die beroering er al. Er zijn al heel wat
stenen gegooid. Ik hoop dat er weer rust en evenwicht zal komen in een periode
van onrust en verwarring. Dat kan ook, als men weer teruggaat naar de bronnen
van onze traditie. Hopelijk nemen zowel ambtsdragers als gewone kerkleden de
moeite het boek te lezen voordat ze zich een oordeel vormen. Alleen dan kunnen
er evenwichtige reacties volgen en een vruchtbare gedachtewisseling. In dat
kader zal er ook op zaterdag 25 oktober een congres zijn waarop predikanten uit
de Hervormde kerk, de Christelijke Gereformeerde Kerken en de Gereformeerde
Gemeenten een reactie zullen geven op mijn boek. Die dag is met name
georganiseerd om mogelijke polarisatie te overwinnen."
Uw grootste wens?
"Dat op de diverse kansels in onze reformatorische gezindte iets mag doorklinken
van een gewijzigde visie. En dat predikanten durven te staan in de vrijheid van
het Woord, los van een specifieke traditie van een bepaald kerkverband."
Mede n.a.v. "Afwachten of verwachten? De toe-eigening des heils in historisch en
theologisch perspectief", door dr. K. van der Zwaag; uitg. Groen, Heerenveen,
2003; ISBN 90 5829 337 8; 1098 blz.; 29,50.