Nederlands Dagblad, 6 september 2003

Toe-eigening

door P.A. Bergwerff

Bibliofiel Martin Ros jubelde het een paar weken geleden in zijn zaterdagse boekenrubriek bij de TROS bijna uit: dit was zo'n beetje het meest sublieme boek over het Nederlandse protestantisme dat in jaren verschenen was, of een uitroep van die strekking. Het behandelt volgens de radiorecensent namelijk een thema dat tot op de dag van vandaag diepe voren trekt door de kerkelijke wereld. De presentatoren van het programma begrepen niet zoveel van Ros' opwinding en dat is niet geheel onbegrijpelijk.

Vraag een gemiddelde Nederlander wat 'toe-eigening des heils' is - want dat is het thema van het boek van RD-journalist Klaas van der Zwaag, dat Ros besprak - en hij zal glazig staren. En het zou ons niet verbazen wanneer ook de gemiddelde christelijke Nederlander zo zou reageren.

Toch heeft Ros misschien wel meer gelijk dan hij zelf bevroedde. De vraag hoe een gelovige deel krijgt aan het goddelijk heil in Jezus Christus is al eeuwenlang een thema dat mensen bezighoudt. Niet alleen theologisch wetenschappelijk, maar juist ook heel persoonlijk en existentieel. Dat is niet het privilege van 'zware' gereformeerden.

Dat neemt niet weg dat het boek allereerst zijn kringen zal trekken in de vijver van de bevindelijke gereformeerden. Want Van der Zwaags centrale stelling is dat de visie in die kring op de weg waarlangs de gelovige deel krijgt aan het heil - of niet! - een versmalling is van de gereformeerde traditie, waarop men zich zo graag beroept. En - wat meer is - ook onbijbels is.

De publicatie van het boek getuigt van moed, al is Van der Zwaag zeker niet de eerste die aandacht vraagt voor deze versmalling. Het recente fenomeen van de 'jongerenavonden' binnen de Gereformeerde Gemeenten, waar een 'ruimer aanbod van genade' wordt gepreekt, laat inmiddels zien dat het niet slechts bij een theologisch-academische discussie blijft.

Dat ook het Reformatorisch Dagblad een open voorlichting en discussie op dit punt minder dan voorheen lijkt te schuwen, illustreert dat de panelen inderdaad aan het schuiven zijn binnen het bolwerk van de bevindelijkheid. Als dat er allemaal toe leidt dat angstige (of van de weeromstuit juist onverschillige) gelovigen hun Verlosser leren kennen, is dat diepe winst.

Inmiddels doen 'ruimer' denkende delen van de christenheid er goed aan niet te snel met gemakkelijke kritiek klaar te staan. Voor een born again of op een bepaalde verbondsopvatting vertrouwend christendom kan de genade namelijk zo vanzelfsprekend worden, dat de mens ten diepste geen Verlosser meer nodig heeft.

Dat zou wel eens de achtergrond kunnen zijn waarom het vandaag heet dat de vraag van Luther - hoe krijg ik een genadig God? - niet meer relevant is. Wie zich geen zondaar weet ten overstaan van de HERE God, maar slachtoffer, die vraagt: wat heb ik aan God? Maar wie zich er diep van bewust is, dat het slijk en de modder van deze wereld zijn slijk en zijn modder zijn, omdat we geen slachtoffer zijn, maar schuldig staan tegenover de hoogheilige God, die gaat roepen om genade. En die blijft zich maar verwonderen dat hij of zij die genade mag ontvangen. Die gaat Jezus Christus zien en die gaat de drie-enige God zien. Die wordt opnieuw geboren.