Trouw, 16 december 2003
Gereformeerden / Spook
op de rechterflank: kritiek van binnenuit
door Marieke van Willigen
Naast en los van de nieuwe protestantse kerk in Nederland blijven er nog steeds
veel andere protestantse kerken in Nederland. Daar zijn de 'gereformeerde
gemeenten', de grootste onder de 'zwarte-kousenkerken'. Ook daar rommelt het,
niet over homohuwelijk of vrouwen-in-het-ambt, maar over zondebesef en
uitverkiezing: wij zijn toch geen kraslot.
Het rommelt in de gereformeerde gemeenten, een ultra-calvinistisch
kerkgenootschap met zo'n 100000 leden. 'Gergemmers' noemen ze zich, ze stemmen
SGP, mijden wereldse geneugten en zijn zeer bezorgd over hun eeuwig heil.
Journalist en filosoof Klaas van der Zwaag heeft de discussie erover in zijn
dikke boek 'Afwachten of verwachten' opgerakeld, kritische symposia trekken
volle zalen. ,,Nog altijd heb ik dat probleem met het zondebesef.''
Zondagochtend tien uur. De kerk van de gereformeerde gemeenten in Utrecht is
vol. Het orgel speelt, de mensen zijn stil. Zwarte en donkerblauwe hoeden met
wuivende veren, hier en daar een rode vlek van een kinderhoed. Dan zwijgt het
orgel en komt de kerkenraad binnen, zwart geklede broeders met ernstige blikken.
Een ouderling beklimt de preekstoel. ,,Vergeefs op bouwen toegelegd, vergeefs om
het huis voltooid te zien, en wat er verder volgt in psalm 127 vers 1 en 2'',
begint hij de leesdienst.
Twee derde van de gereformeerde gemeenten bedient zich wegens predikantentekort
van een gelezen preek. Die komt vaak uit de oude doos: hij is van ds. à Brakel
(17de eeuw), Comrie (18de) of Spurgeon (19de eeuw). Ook de preken van ds. Gerrit
Kersten, oprichter en boegbeeld van de gereformeerde gemeenten, vinden aftrek.
Het kerkgenootschap op de verre rechterflank van het vaderlandse protestantisme
kampt niet alleen met een predikantentekort, maar met een nog veel groter spook:
kritiek van binnenuit. Een paar jaar geleden bezorgde -inmiddels ex-gergemmer-
dr.ir. J. Blaauwendraad, hoogleraar in Delft, met 'De leer tegen het licht' de
schrik in de benen. Deze zomer deed Klaas van der Zwaag het kerkgenootschap
sidderen met zijn 1000 pagina's 'Afwachten of verwachten'; het boek (uitg.
Jongbloed) is in herdruk.
Reformatorisch Dagblad-redacteur en gergemmer Van der Zwaag schrijft over een
dilemma waar welhaast elke geloofsgenoot mee worstelt: Ben ik bekeerd of niet en
zo ja, hoe weet ik dat zeker? Zo nee, wat moet ik doen om Gods kind te worden?
In jargon: hoe kan ik mij het heil toe-eigenen?
Een ander woord voor dit innerlijke conflict is 'bevinding', en bevinding is van
elementair belang in rechts-reformatorische kerken. Van der Zwaag: ,,Bevinding
is dat je de genade van God niet alleen met je verstand ervaart, maar ook met je
hart.''
Juist op dit punt begint zich een scherpe tweespalt af te tekeken binnen de
gereformeerde gemeenten. Het ene kamp heeft een ultracalvinistische geloofsvisie
en laat zich vooral bezielen door de rector van de eigen theologische opleiding
van de gereformeerde gemeenten, ds. A. Moerkerken. Hij legt met zijn volgelingen
het accent meer en meer op 'wedergeboorte door uitverkiezing. Deze geloofsvisie
is niet erg vrolijk, want 'velen zijn er geroepen, doch weinigen uitverkoren'.
Anders gezegd: weinig mensen zijn uiteindelijk voorbestemd om bij God te horen,
de grote rest gaat naar de 'eeuwige rampzaligheid'.
Ook de manier waarop je bekeerd wordt, geschiedt volgens een strak stramien
waarvan 'ellende (ik ben een zondig mens), verlossing (gelukkig, God is mij
genadig) en dankbaarheid (Hoera, ik ben Gods kind )' de kern vormen. Afwijkingen
van dit stramien zijn veelal verdacht, omdat je het risico loopt 'met een
ingebeelde hemel naar de hel te gaan'.
Het andere kamp binnen de gereformeerde gemeenten betwijfelt of deze nadruk op
uitverkiezing wel de bedoeling was. ,,Wat is Christus zonder de beloften?'',
vraagt een gergem-lezer zich in het RD af: ,,Zijn de beloften zelfs meer dan
Christus? Wat kun je nog aanbieden? Slechts een 'kraslot': mogelijk dat je een
prijs hebt. Een predikant weet evenmin wie wel of niet uitverkoren is.''
Kritische gergemmers organiseren symposia waar ze zich heroriënteren op
geloofstheorie en -praktijk. Ook Van der Zwaag is daar van de partij. ,,Ik heb
in mijn boek materiaal geleverd zonder mijn eigen mening. Ik merk dat de inhoud
van mijn boek breed gedragen wordt, maar vooral door gemeenteleden. Ik krijg
positieve reacties, van mensen van alle leeftijden. Ik zie wel dat dominee
Moerkerken een bepaalde theologische lijn uiteenzet. En zo de rector, zo de
studenten. Maar ik wil geen kritiek geven op de gereformeerde gemeenten als
zodanig. Ik hoop dat er een proces van bezinning van binnenuit komt. Hoe dat
afloopt weet ik niet, maar mijn boek voorziet in ieder geval in een behoefte.
Predikanten zijn er niet allemaal blij mee. Eén dominee raadde in de kerkbode
zijn gemeenteleden af om zich ermee te vermoeien. 'Als het gaat om het heil van
uw onsterfelijke ziel op weg naar de eeuwigheid heeft het geen waarde. Het
brengt u alleen maar in de war'.''
Maar veel gergemmers laten zich niet meer dom houden. Professor Blaauwendraad is
daar een voorbeeld van. Hij liet zich al eerder fel uit over de geloofsrichting
die de rechterflank van de gereformeerde gemeenten inslaat. 'Buiten-bijbelse
gezel schaps praat', sneerde hij drie jaar geleden in het RD, daarmee doelend op
de zogenaamde standenleer, een nauwomschreven stappenplan voor de bekering.
Blaaauwendraad keert zich tegen de volstrekt passieve rol die de mens daar
krijgt toebedeeld.
In de Utrechtse kerk klinkt geruis, als de preeklezer zegt: ,,Laten we de Here
bidden om zijn onmisbare zegen.'' De meeste mannen gaan staan voor het gebed; de
vrouwen blijven zitten. Hoofden met hoedjes knikken als sneeuwklokjes naar
beneden, handen worden gevouwen.
Dan komt wat gemeenteleden het 'grote gebed' noemen, een kwartier bidden,
belangrijk deel van de liturgie van een kerkdienst van de gereformeerde
gemeenten. Na het gebed volgt de preek die bijna altijd verdeeld is in drie
punten. Het derde punt heet meestal 'de toepassing', in de praktijk is dat het
bevindelijke gedeelte.
De meeste mensen letten goed op bij het begin van de preek. ,,De bloedzuiger
heeft twee dochters, Geef en geef!'' waarschuwt de ouderling. Na een minuut of
tien dutten de eerste gemeenteleden in. Naarmate de dienst vordert, neemt hun
aantal toe. Ze worden gewekt als psalmzang de preek onderbreekt. Dan volgt punt
drie.
,,Bang is de tijd waarin wij met onze kinderen leven'', leest de ouderling. Een
beetje toepasselijk zijn deze woorden wel, want waar de kloof binnen de
gereformeerde gemeenten toe zal gaan leiden, is onduidelijk. Een kerkscheuring,
terwijl drie andere protestantse kerken net gefuseerd zijn tot de protestantse
kerk in Nederland?
Op de refowebsite www.omsionswil.nl laaien de discussies hoog op. ,,Ik kijk
reikhalzend uit naar de Saambinder (landelijk blad van de gereformeerde
gemeenten -MvW) van volgende week'', verkneukelt zich een forumbezoeker. ,,Ik
vind dat gereformeerde gemeenten aan moeten kloppen bij diegenen die [buiten de
protestantse kerk in Nederland] qua belijdenis de Nederlandse hervormde kerk
willen voortzetten. Ik hoop en bid dat er een
Nederlands-hervorm-gereformeerde-kerk ontstaat waarin de afgescheidenen kunnen
weerkeren.''
Het van zolder halen van de Acte van Wederkeer (1907) stuit op bezwaren. Een
bezoeker van de refosite: ,,Zoals de afscheiding niet ineens gebeurde, zal de
wederkeer ook niet ineens gebeuren.'' Een derde gergemmer ziet juist
mogelijkheden: ,,Boeken van Blaauwendraad en Van der Zwaag geven aan dat er
beweging in zit. Ik sluit niet uit dat er een stroomversnelling komt waarin
velen toch voor zichzelf een keuze maken. Maar ik denk dat vooral léden
verschuiven, niet zozeer hele gemeenten.'' Hij krijgt de hand gereikt door een
hervormde die niet meewil naar de PKN: ,,Laten wij de minsten zijn en zelf
vragen om aansluiting.'' Een volgende internetter merkt zwartgallig op: ,,Kerken
van deze stroming breken liever op een kleinigheid dan dat ze iets door de
vingers zien voor een eenheid.''
Binnenkort een fusie tussen achtergebleven hervormden en bezwaarde gergemmmers?
Klaas van der Zwaag houdt de moed erin. Hij hoopt dat leden van de gereformeerde
gemeenten zich serieuzer gaan bezinnen op hun eigen wortels. Van der Zwaag: ,,We
moeten terug naar de klassiek gereformeerde leer, naar de Reformatie.''