De Reformatie is niet het Nieuwste Testament

 

Marcus Wisse, EO-Visie, 25 tot en met 31 oktober 2003

 

In 1517 gaf Maarten Luther het startschot voor de Reformatie, niet wetend dat wij dat nu zo noemen. 486 jaar later is het zuivere erfgoed van de Reformatie moeilijk traceerbaar. In de ene kerk die van de Reformatie afstamt, maakt water de wijn smakeloos. In de andere wordt de kerkhistorische gebeurtenis behandeld als een soort Nieuwste Testament. Je beroepen op de Bijbel is alleen gezaghebbend als je het kunt onderstrepen met de Reformatie en haar nalatenschap.

 

En dan is er nog de variant die dr. Klaas van der Zwaag uit Barneveld beschreef in zijn boek Afwachten of Verwachten, een studie over de toe-eigening des heils (uitg. Groen, Heerenveen). Predikanten denken hun preek te bekrachtigen met citaten afkomstig van schrijvers die in de tijd dicht bij de Reformatie of de Nadere Reformatie stonden, maar de huidige schriftuitleggers blijken niet altijd op de hoogte van de bedoelingen van de geciteerde godgeleerden. De preek raakt in wezen kant noch wal van het reformatorische verleden.

 

Directe toegang

Het belangrijkste kenmerk van de Reformatie was de terugkeer naar Gods Woord. Van der Zwaag: “Gods pure Woord voor de gewone mensen, in plaats van canones, doctrines en tradities. Daardoor liep Luther vast met de kerk. Hij verdedigde de directe toegang tot God en had niet de kerk als eerste instantie daarvoor nodig.”

Maar is een beroep op de Reformatie nu nog relevant? Christenen van vandaag beschikken vrij over het Woord, het strijdpunt van de Reformatie. Van der Zwaag: “Op zich heeft elke tijd zijn eigen Reformatie nodig. De kerk moet altijd weer opnieuw gereformeerd worden. Elke keer sluipen er dingen in die strijden met Gods Woord. Reformatie is nooit een historische gebeurtenis en moet bovendien in mensen zelf toegepast worden. Zeker in deze tijd is de oproep van de Reformatie om terug te gaan naar de eenvoudigheid en betrouwbaarheid van de Schrift in veel kerken weer actueel.”

 

Van der Zwaag constateert dat vooral in bepaalde zich reformatorisch noemende kerken andere accenten gelegd worden dan in de Reformatie en de Nadere Reformatie. “Dat terwijl de grondslag van die kerken de Reformatie is. Van alleen Christus en het vertrouwen in Hem en Zijn beloften is de nadruk gaan liggen op het subjectieve, het  beleven van het geloof en de wijze waarop het heil in Christus je deel wordt. Dat kan in sommige preken zo overheersend zijn dat het het zicht op Christus verhindert. Eigenlijk precies zoals dat destijds in de Rooms-Katholieke Kerk plaatsvond. Het gebeurt niet allemaal bewust, maar wel zo grondig dat er een heilsorde is ontstaan, waarbij men vaststaande stappen heeft ontwikkeld die iedereen moet doorleven. Zo wordt geloven in stukken uit elkaar gehaald, terwijl Calvijn opriep om direct in Christus en de God van het Evangelie te geloven en Zijn beloften te vertrouwen. Als je zo’n orde hebt - al is deze misschien niet op schrift gesteld, in de preken kan het wel zo functioneren - sta je niet meer in lijn met de Reformatie en de Nadere Reformatie. Daar was het objectieve, het heilswerk van Christus, in evenwicht met het subjectieve, de beleving van de mens. De beleving was echter hooguit een illustratie van het objectieve.”

 

Geloofsbeschrijvingen, de beleving of de ‘bevinding’, mogen wat betreft Van der Zwaag best een plaats hebben in de prediking. “Het werk van de Geest dient voluit een plaats te hebben in de verkondiging. Er kan heel goed iets pastoraals in zitten. Het is wel kwalijk als het zo beschreven wordt dat bepaalde ervaringen een norm worden die iedereen meegemaakt moet hebben voor hij over bekering kan meepraten. Dat zijn we terug bij waar de Reformatie om begonnen was. Als voorgehouden wordt dat je eerst voldoende zondebesef moet hebben om Christus te kunnen ontvangen, zoek je bovendien net als Remonstranten naar voorwaarden in jezelf. Daar waarschuwen de schrijvers van de Reformatie voor. Zij hebben zich gekeerd tegen de middeleeuwse boetedoening, op grond waarvan de priester kwijtschelding uitsprak.”

 

Stevige theologen

Het is de vraag of het nodig is om zo te graven in werk van mensen die geen vragen meer kunnen beantwoorden. Zijn er vandaag geen stevige theologen die we evengoed kunnen gebruiken? Van der Zwaag: “Bij de ‘oudvaders’ (een benaming voor theologen die sterk van invloed waren en zijn op de gereformeerde theologie, red.) is wet en Evangelie sterk met elkaar in evenwicht. Bovendien heeft hun werk al eeuwen intensief gebruik achter zich. Ik denk dat de Institutie van Calvijn het meer in zich heeft nog vele eeuwen te overleven dan veel theologisch werk van vandaag, waarmee ik niet zeg dat dat allemaal niet bruikbaar is. Ik mis wel vaak de enorme diepgang die bijvoorbeeld Luther en Calvijn hebben. Deze twee, maar ook veel anderen uit de eeuwen na hen, beantwoorden vragen die in elke tijd leven en zijn heel actueel als het gaat om het ervaren van het geloof. Als geen ander weten ze hoe de psyche door het geloof beďnvloed wordt en het geloof door de psyche. Ze redeneren niet van: Geloven en dan ben je er. Ze kennen tweestrijd, vragen en twijfel. Ze zijn weliswaar niet hoogst actueel, maar wel zeer bruikbaar als pastors voor het persoonlijke geloofsleven. Geloven achten zij bepalend voor hun hele leven en ze voelen er vreugde en blijdschap, maar ook aanvechting bij. Die beide aspecten zijn kenmerkend voor de oudvaders.”

 

De ‘vaderen’ mogen dan kostbare theologische fossielen zijn, het kan te ver gaan. Soms wordt de uitleg van een tekst onderbouwd met gezaghebbende oude schrijvers. ‘Kijk eens, zij zeggen het ook.’ Zo lijkt de Bijbel verdedigd te worden met het erfgoed van de Reformatie in plaats van omgekeerd. Ook Afwachten of verwachten begint met treffende citaten van oudvaders, die de eenvoud en radicaliteit van het Evangelie onderstrepen. Van der Zwaag begint niet omgekeerd met de eenvoud van het Evangelie.

 

Van der Zwaag: “De Bijbel is natuurlijk hét Boek in het leren kennen van God. De Reformatie is niet het Nieuwste Testament. Daarbij beschrijft het Woord ook de geschiedenis van mensen in hun omgang met Hem. De Bijbel staat vol met geschiedenis. Als het gaat om de bedoelde oude schrijvers, dan is hun uiteindelijke doel om op Christus en Gods Woord te wijzen. Zo slecht dus niet. De oudvaders hebben de sola’s van de Reformatie en de kern van de Heilige Schrift uiteengezet en willen doorgeven aan christenen die niet om theologische kwesties verlegen zitten, maar praktisch onderwijs nodig hebben.

Dat heb ik met die citaten ook aan willen geven. Mijn boek gaat niet over de betrouwbaarheid en de eenvoud van de Bijbel, maar over de vraag in hoeverre het beroep op de oudvaders tegenwoordig terecht is.”

 

Kerkelijke pas

Een van de kritieken op Van der Zwaags werk, genoemd tijdens een recente bijeenkomst van studenten van de Gereformeerde Gemeenten in Nederland was dat het bij elkaar geplukte citaten waren. “Lees liever de stukjes van...” en dan volgden namen van recente dominees die precies in de kerkelijke pas lopen. “In de gereformeerde gezindte worden redelijk recente predikanten als ds. Kersten of ds. Steenblok al als oudvaders gezien. Ik ga liever terug naar de echte oudvaders, die eigenlijk weinig meer gelezen worden. Luther, Calvijn en John Owen. Allemaal zondige mensen, dat zeker, maar ze waren zeer ervaren in de Schrift en ze konden krachtig het Woord verkondigen.”

 

Omdat Jezus Zijn volgelingen oproept uit hun “voorraad nieuwe en oude schatten te voorschijn’ te brengen (Matth. 13), is het volgens Van der Zwaag belangrijk dat de kerk voortdurend reformeert. Die opdracht gaven de reformatoren uit de zestiende eeuw ook mee. “De Reformatie is nog steeds een bron in het zoeken naar antwoorden op bepaalde fundamentele geloofsvragen. Die zijn vaak dezelfde gebleven: Waarvoor ben ik hier en hoe is de zonde in het leven gekomen en hoe kan het oordeel afgewend worden? Verdiep je je in de Reformatie, dan kom je op een herijking daarvan voor deze tijd. Met de Reformatie is het geestelijk leven echter niet gestopt. Je moet ook zelf met de Schrift aan de slag. Dat is je eigen verantwoordelijkheid. Ga je zelf het Woord onderzoeken, dan kom je op nieuwe dingen voor je persoonlijke geloofsleven.”

 

Blinde vlekken

Van der Zwaag gaat niet mee in de stelling dat onze tijd een Reformatie nodig heeft zoals die van net na de Middeleeuwen. “Het belangrijkste punt was toen dat het Woord aan de ketting lag. Elke christen kan in onze tijd echter over een Bijbel in zijn eigen taal beschikken. Ook is er sprake van veel meer kerken dan die ene waar Luther tegen fulmineerde. Daarom stel ik dat elke kerk nu zijn eigen reformatie nodig heeft. Iedere kerk heeft zijn eigen gevaren en uitdagingen en blinde vlekken. Reformatie kan dus heel veel gedaanten aannemen, vooral in het eigen hart. Iedereen kan zelf de Bijbel lezen en zijn hart openstellen voor de kracht van de Hervorming.”