Voor het Kerkblad-Midden van 1 november 2003, Rubriek: DENKEN EN DOEN

 

Toe-eigening: drama of feest?

                                                                                                                     

P.J.Trimp, Heemse

 

Afwachten of verwachten?

Onder deze titel schreef Dr. Klaas van der Zwaag, kerkredacteur bij het Reformatorisch Dagblad, een boek over de ‘toe-eigening des heils in historisch en theologisch perpectief’.

Een dikke pil van meer dan 1000 bladzijden, met 6259 voetnoten.

Dit boek dwingt respect af, niet alleen door de enorme belezenheid (bijna 40 pagina’s vol literatuur) maar ook door de moed waarmee Van der Zwaag een gevoelige zaak in zijn eigen kerken (de Gereformeerde Gemeenten) aan de orde stelt.

In dit artikel vertel ik iets over dit boek en maak ik een paar opmerkingen over de betekenis van dit boek voor ons.

 

Inhoud

Hij omschrijft de vraagstelling als volgt (op blz. 21):

“Als genade genade is en het geloof een gave Gods, hoe zit het dan met de factor van de menselijke wil?Heft de genade de menselijke verantwoordelijkheid niet op?Als de wil dan door de zonde onvrij geworden is en bevrijd moet worden door de Heilige Geest, in hoeverre blijft de menselijke wil als wil werkzaam en in dienst genomen in dit proces van toe-eigening?”

Over de titel zegt hij: verwachten ziet op “verwachtingsvol uitzien naar wat God uit vrije genade schenkt”, afwachten staat voor het lijdelijk afwachten van genade dat als een lot je overkomt.Dit laatste typeert Van der Zwaag als niet-bijbels en niet gereformeerd (blz. 22).

Hij zet dit thema in een historisch en theologisch perspectief en wijst duidelijk aan hoe de rijke en evenwichtige prediking van de Reformatie (met andere accenten bewaard gebleven in de Nadere Reformatie) in de 19e eeuw werd versmald door de eenzijdige nadruk op subjectieve toe-eigening ten koste van het primaat van Gods beloften.

Vooral door ‘de nevenstroom van de Afscheiding’ (de ledeboerianen en kruisgezinden) kreeg  dit systeem een eigen theologische indentiteit, zoals dat vandaag heel sterk aanwezig is in m.n. de  Gereformeerde Gemeenten en de Gereformeerden Gemeeenten in Nederland.

De spanning tussen verkiezing en verantwoordelijkheid, genade en menselijke wil kan leiden tot arminianisme (met alle accent op eigen keus) of hypercalvinisme (door logisch redeneren vanuit de verkiezing gaat men de roeping en het verbond negeren).

Ook wil de schrijver met zijn boek aantonen dat er geen derde weg is: belijdende kerkleden die zeggen dat ze niet tot de wereld behoren, maar ook niet tot (het uitverkoren deel) van Gods volk.Je kunt niet tussen kerk en wereld staan.Je bent voor of tegen Christus.

 

Conclusies

In conclusie 13 heeft de schrijver het over de tragiek van de zg. bevindelijk-gereformeerde traditie.Terwijl in grote delen van de andere kerken van de Reformatie de bevinding een vergeten hoofdstuk is geworden en de toe-eigening een automatisme is de toe-eigening bij de zg. bevindelijk gereformeerden een pastoraal probleem van de eerste orde geworden.

Kun je wel spreken van bevindelijk-gereformeerden wanneer juist zovelen van hen de echte bevinding missen? (blz. 1037)

In de laatste conclusie vraagt de schrijver om een intensieve studie van de reformatorische en puriteinse wortels van alle reformatorische kerken.

“Gezamenlijke studie door de kerken zou de crisis in de bevindelijk-gereformeerde prediking middelijkerwijs kunnen bezweren. De klassieke gereformeerde traditie is naar onze mening nog steeds springlevend en geeft een actueel antwoord op de belangrijkste levensvragen: hoe vind ik een rechtvaardig God en hoe komt de ziel tot haar eeuwige zaligheid?” (blz. 1038).

 

Aandacht voor de Vrijgemaakte kerken

Op een waardige manier beschrijft hij de ontsporingen en uitwassen.

Hij wil kerkleden bewust maken van alle ruis die er na de Nadere Reformatie bijgekomen is waardoor velen gevangen zitten in onnodige onzekerheid. Hij wil de verstarring in het preeksysteem doorbreken en terugkeren naar de Schrift en de bronnen van de Reformatie.  

Hij geeft ook aandacht aan de inzet van de strijd rond Vrijmaking en de samensprekingen van de GKV en CGK, waar het thema van de toe-eigening – eindelijk!- tot een verheugende toenadering heeft geleid.

Recente literatuur uit onze kring (zelfs uit dit Gereformeerd Kerkblad Midden-Nederland) ontsnapte niet aan zijn aandacht.

Naar mijn mening kunnen wij als vrijgemaakt-gereformeerden instemmen met de gezond-gereformeerde conclusies van dit belangrijke boek. Laten we er onze winst meedoen!

De zaak van de toe-eigening (met alles wat er mee samenhangt) gaat ook ons geloofsleven  en gemeente-leven aan.

 

Wat is toe-eigenen?

Wat doet een jarige met een groot kado? Je gaat het aanpakken en uitpakken en je bent er beduusd van: is dit voor mij en van mij?
Je bedankt de gever hartelijk!Je zou de gever beledigen wanneer je het kado weer terug gaf.

Toe-eigenen is aanpakken en uitpakken, blij zijn en verwonderd uitroepen: is dit echt voor mij en van mij?Je dankt God voor wat Hij je aan kado’s geeft: genade voor jou – geloof Me op Mijn Woord, heus waar, echt voor jou bestemd, je mag het zomaar ontvangen.

Zo wil Vader zijn kinderen verrassen.

Toe-eigening heeft alles te maken met wat Christus door zijn Geest met en in ons doet.

 

Het mooie van het woord toe-eigenen is dat het naar twee kanten kijkt: het gaat om de Geest die ons alles toe-eigent (aan ons geeft) en om ons die deze gaven toe-eigenen (tot eigen bezit maken). Gever en ontvangers vinden elkaar in de toe-eigening! Wij krijgen het heil van God kado. Door te geloven in Christus worden lege handen gevuld.

 

Belijdenis-taal

Toe-eigening is een woord dat we regelmatig in de kerk horen, wanneer b.v. de doop-acte wordt voorgelezen.

De Heilige Geest belooft bij de doop ‘dat Hij in ons wonen wil en ons tot levende leden van Christus wil maken.Want Hij eigent ons toe wat wij in Christus hebben, namelijk de afwassing van onze zonden en de dagelijkse vernieuwing van ons leven.Zo zullen wij tenslotte volkomen rein in het eeuwige leven een plaats ontvangen temidden van de gemeente der uitverkorenen’.

Hier staat het allemaal wat de Geest met ons doet en waar de Geest ons hebben wil.

Hij deelt ons uit wat Christus voor ons heeft verdiend en geeft ons deel aan Christus en zijn schatten (Zondag 20): al het heil tot en met eeuwig leven!

Die rijkdom mogen wij ons hier en nu eigen maken, met beide handen aanpakken, ontvangen door te geloven.

In Zondag 23 belijden we dat eerst dat God mij, zondaar, toerekent wat Christus voor mij gedaan heeft.Aan die weldaad heb ik alleen deel als ik die met een gelovig hart aanneem.

Antwoord 61 komt nog apart op terug op dat ‘alleen door te geloven’: ik ben niet door de waarde van mijn geloof voor God aangenaam, maar ik kan alleen door te geloven alle schatten van Christus aannemen ‘en die tot mijn eigendom maken’ (in onze oude tekst stond hier het woord toe-eigenen)!

Wat God voor ons heeft, geeft Hij ook aan ons, en legt het diep in ons.

 

Ook in artikel 22 NGB komen we die uitdrukking tegen:

‘Wij geloven dat de Heilige Geest (…) in ons hart waar geloof ontsteekt dat Jezus Christus met al zijn verdiensten omhelst, Hem zich toeëigent (oude tekst: Hem eigen maakt)  en niets meer buiten Hem zoekt’.Wie alles in Christus heeft, die mag zeggen dat hij ‘Jezus Christus door het geloof bezit’.

In onze belijdenis over het Avondmaal (artikel 35 NGB) belijden we dat Christus het geestelijke leven van de gelovigen voedt en onderhoudt, “als Hij gegeten wordt, dat wil zeggen geestelijk toegeëígend wordt en door het geloof ontvangen”.

 

Nu kent ons geloofsleven ook strijd (tegen twijfel,onzekerheid,gemakzucht), aanvechtingen en lijden.Wat kunnen wij een vragen hebben over de leiding van God.Wat kan ons verstand of ons gevoel ons misleiden!

Toch mogen al die moeiten het zicht niet belemmeren op de toe-eigening als een feestelijk gebeuren o.l.v. de Geest: ik mag met Christus leven, ik mag zeker zijn van de liefde van God, mijn aanklagend geweten vindt uiteindelijk rust in Christus.

 

Dramatisch

Bij de zg. bevindelijk-gereformeerden spelen allerlei vragen: is dat heil wel voor mij? Mag ik dat wel aannemen?

Heeft God met mij persoonlijk wel zijn verbond gemaakt, is de doop voor mij echt geldig, hoor ik wel bij de gemeente van de uitverkorenen?
Om hierop antwoorden te krijgen, moet je eerst stevig aan je zelf werken, aan kenmerken voldoen, je eigen zonde diep kennen voordat je bij Christus kunt komen.

Stel je voor dat je je iets toeeigent wat toch niet jouw deel is, dan maak je je schuldig aan ontvreemden, stelen.

Met een gestolen geloof en met een ingebeelde hemel sta je er werkelijk buiten.

Wie dat allemaal leest in het boek van Van der Zwaag ontdekt dat er onvoorstelbaar veel schade aan het geloofsleven is toegebracht door een systeemdwang, een doolhof van theologische redeneringen en spitsvondige onderscheidingen.

Je kunt zo akelig precies bezig zijn met de geheime weg van de Geest, dat je vergeet de vrucht van de Geest te laten zien.

Is het niet een van de grootste en ergste ontsporingen dat je met een ingebouwde twijfel naar Gods Woord luistert?

Het is diep triest te ontdekken hoe de duivel hier zoveel kinderen van God heeft misleid, onzeker gemaakt en in de vernieling gejaagd.Hij heeft er tenslotte het meeste belang bij dat de toe-eigening een drama wordt in plaats van een feest.

 

Niet automatisch

Bij de toe-eigening wordt het heil niet zomaar, automatisch, overgeschreven op je naam.

Je bent er zelf volledig bij betrokken!

Hoe reageren wij op wat God tegen ons zegt via zijn Woord en via de preken, via de doop en avondmaal? God meent het en spreekt ons aan!

Hij wacht op ons gelovig antwoord, Hij vraagt om een blijde toe-eigening, met ons hart en met onze daden.

En het bijzondere is dat onze gelovige reactie ook weer een gave van de Geest is!

Wat God ons allemaal belooft mogen we gelovig ontvangen – we kunnen het ook en we willen het ook! We worden er andere mensen van zodat we tot onze verbazing uitroepen: is dit allemaal echt voor mij? Hoe bestaat het dat ik, zondaar, van genade leven mag!

Zo schakelt de Geest ons in en stelt ons verantwoordelijk om de middelen te gebruiken.

Bijbellezen en preken roepen ons op tot geloof en bekering.

Welke reden heb je om te twijfelen aan de bedoeling van wat God ons zo duidelijk belooft? 

God neemt ons als zijn kind aan, dankzij Christus – daar mogen we werkelijk zeker van zijn dankzij de Geest.

Het gaat dus niet automatisch toe in de kerk!Hoe zou dat ooit kunnen in een liefdeband met God?

Nu lopen we het gevaar dat we het heil te makkelijk ontvangen, alsof het de gewoonste zaak van de wereld is.Dat we het zomaar vanzelfsprekend vinden dat we geloven, terwijl ondertussen het geloof ons niet veel doet en geen diepe wortel heeft.

Hoe snel leven we als christenen oppervlakkig, vrijblijvend en onverschillig?

Vragen we het ons wel eens eerlijk af: hoe diep zit onze omgang met God, hoe goed kennen we God in zijn verbond?

Toe-eigenen is iets waar we elke dag mee bezig zijn: steeds opnieuw aannemen wat God ons belooft, elke dag Gods Woord innemen, verwerken en je eigen maken.

Zo mogen we steeds meer ontdekken en genieten van het toe-eigenende werk, waar de Geest mee bezig is ons levenlang.

 

Jongeren

Juist naar onze jongeren toe blijft die toe-eigening  zo ongelooflijk belangrijk.

Alle vormen van geloofsoverdracht (voorleven, doorgeven, onderwijzen, opvoeding) zijn er  toch op gericht dat het geloof iets eigens voor de jongeren wordt.Iets van henzelf, dat steeds sterker voor hen gaat leven.

We horen helaas te vaak de klacht: wat heb ik aan de kerkdienst, de preek en het lied doen me zo weinig.Jonge harten worden kennelijk lang niet altijd meer geraakt.

Is er kortsluiting door de vormen?Gaat er iets mis bij de zender of de ontvanger?

Zien we de Geest niet meer aan het werk in de kerkdienst? Stellen we ons te weinig voor Hem open?

De toe-eigening kun je blokkeren als je niet verder komt dan ‘een goed gevoel’ en als je dat een voorwaarde noemt voor de aanwezigheid van God.

Gaat het bij de vragen rond God Fashion en de jeugdkerken niet ten diepste om problemen rond de toe-eigening van het heil?

 

Toe-eigening heeft ook alles te maken met leefstijl.

Wanneer voor veel jongeren de zaterdag en de zondag twee gescheiden werelden worden, zitten zij met een dubbelleven in feite ook op de ‘derde weg’: met één been in de kerk en met het andere in de wereld.Dan is er fundamenteel iets mis met de toe-eigening.

Dat gemis is er wanneer God onbereikbaar ver weg is (bijv. bij de zg. bevindelijk-gereformeerde jongeren) of  wanneer Hij zo vanzelfsprekend aanwezig is dat je je nog nooit aan Hem hebt overgegeven (bij ons).

Als Jezus in feite geen rol in je leven speelt, waarom zou je Hem dan navolgen?

Dan merk je niet eens dat je kerk en wereld combineert.

 

Hervormingsdag

Bij toe-eigenen gaat het dus om een doorleefd geloof in Christus, om een bewust en dankbaar leven in Hem en uit Hem, met Hem en voor Hem.

Dan zullen ouderen en jongeren levende leden van de kerk zijn en samen vechten tegen een leefstijl die niet past bij Christus.

Vergelijk zondag 1: ik ben zelf het eigendom van mijn Heiland Jezus Christus.

Hij is van mij, ik ben van Hem – wij leven samen!

 

Het is goed om rond de Reformatieherdenking van 31 oktober de belijdenis van zondag 23 je eigen te maken en te beleven als het onverdiende feest van toerekening en toe-eigening.

Wat zou het mooi zijn wanneer vrijgemaakt-gereformeerden en zg. bevindelijk-gereformeerden elkaar vanuit de hartelijke en gemeenschappelijke belijdenis van zondag 23 zouden aanspreken en mogen vinden!

 

 

Zover gepubliceerde artikel.

 

 

----------------

PS

 

Ik voeg er nog een persoonlijke vraag voor Van der Zwaag aan toe:

Even terzijde: misschien overvraag ik uw studie, wanneer ik opmerk dat u bijvoorbeeld wel wat meer had kunnen doen met de door u vermelde Verklaring van Gevoelen van de bezwaarden van 2 november 1943 – zestig jaar geleden! – omdat daarin juist zo helder en evenwichtig is vertolkt dat de vaste beloften van God houvast bieden en geloof vragen. Ook meen ik dat u meer had kunnen doen met het belangrijke werk van dr A.N. Hendriks (in vergelijking met zoveel andere schrijvers).