Kerk in beweging

 

Theologie, geloof en cultuur in een half uur.

Radioprogramma van de EO op zaterdag 28 februari 2004

Onderwerp: Commentaar op de recensie van ds. De Wit

in de Saambinder op het boek van Dr. K. v.d. Zwaag

getiteld: “Afwachten of verwachten”

  

door: mr. A.A. Bart en drs  P. C. den Uil

presentatie : Richard Groenenboom en Koos van Noppen

 

Een steen in de vijver van de Ger.Gem. zo typeert het Ned. Dagblad het boek van dr. K. van der Zwaag  R.D.-journalist.

In het boek weerlegde hij de z.g. “standen-prediking”, die met name te vinden is in de Ger.Gem, Oud Ger.Gem. en de Ger.Gem. in Ned.

In deze kerkverbanden wordt geleerd dat een zondaar eerst een aantal emotionele toestanden moet hebben beleefd, voordat hij zich  “Kind van God” mag noemen.

V.d.Zw. toont in zijn 1100 pagina’s dikke boek aan, dat dit haaks staat op wat de Reformatie leert. V.d. Zw. deed veel stof opwaaien.

Vanaf de kansels in de Ger.Gem. wordt voor dit boek gewaarschuwd. Ds. de Wit noemde in de Saambinder dit boek  “laakbaar”, omdat het de leer van de Ger.Gem. zou willen veranderen. De predikant uit Nieuw-Beijerland vond het lezen van het dikke boek eigenlijk zonde van zijn tijd. Wie zit er nou op zulke boeken te wachten? Zo stelde hij zich de vraag.

In drie artikelen liet ds. de Wit weinig heel van het boek van V.d.Zw.

De R.D.-journalist die zelf lid is van de Ger.Gem. in Barneveld, werd in verband met het schrijven van zijn boek; de toegang tot het Heilig Avondmaal ontzegd.

De recensie van ds. de Wit maakte veel los bij de mensen die zich herkennen bij de problemen die in het boek van de R.D.-journalist worden aangesneden.

Eén van deze mensen is de advocaat Bram Bart uit Rhenen. Hij schreef een lijvig artikel en verspreidde dit via Internet. In zijn stuk toont hij aan, dat de argumentatie die ds de Wit gebruikt om het boek van V.d.Zw. te bekritiseren, voor een groot deel niet gebaseerd zijn op de juiste feiten. Ook zegt hij, dat de toon die hij aanslaat niet christelijk is.

A.Bart: De toon is heel hard en doctrinair. Hij zegt heel gewoon simpelweg er gebeuren hier ongelukken, onschriftuurlijke conclusies worden getrokken, dit is onbijbels en V.d.Zw. zit op een ongeref. spoor.

Ik vond dat V.d.Zw. toch wel grof onrecht aangedaan werd. Stelt u toch eens voor: Iemand die er zijn levenswerk van heeft gemaakt om in 1000 pagina’s het beste van de theologie uit onze traditie te verwoorden, en die in een paar artikelen afgebrand wordt, dat noem ik toch wel grof onrecht. Zo gaan we in de kerk met elkaar niet om. Die van Berea waren edeler, die onderzochten of de dingen alzo waren.

Groenenboom (Gr.) Kunt u aangeven wat u met name gestoord heeft in de recensie van ds. de Wit?  Antw. De toon van de artikelen. En dat vind ik nog tot hier aan toe, maar met name de inhoud van deze artikelen, heeft mij op punten geschokt.

Gr. Zullen we het eerst hebben over die “toon”; wat bedoelt u daarmee?

A.Bart: Met die toon bedoel ik eigenlijk dat toch duidelijk wordt gesuggereerd dat V.d.Zw. remonstrantse tendensen heeft, dat is toch een aantasting van zijn persoonlijke integriteit.

Gr. Een boek met remonstrantse tendensen noemt ds. de Wit het boek van V.d.Zw.

God wat en de mens wat zegt hij in zijn eerste artikel. Hiermede zegt hij dat V.d.Zw zou bedoelen dat de mens zelf zijn zaligheid zou moeten verdienen.

Maar dàt heeft V.d.Zw. absoluut niet bedoeld; zegt A.Bart.

In mijn commentaar heb ik aangegeven hoe de Dordtse theologen hierover hebben gesproken. Ik noem u een citaat van een van de afgevaardigden, die zegt, dat het naar de orde van tijd het werk van God en het werk van de mens nauwelijks onderscheiden kan worden. Het is eerst Gods werk en dan ons werk, maar dan wordt ook gezegd:

het is God niet die alles in allen gelooft, maar die alles in allen werkt en dan wordt er bijgevoegd: ‘t Is zeker dat wij geloven, wanneer wij geloven, maar God maakt dàt wij geloven. Wìj werken, maar God werkt in ons het werken; zegt Augustinus. Met andere woorden als God in ons werkt, dan zijn wij het die daarop geloven, uit genade natuurlijk, maar het geloof is een daad van de mens die door God gewerkt is en daarom kan de Schrift ook appelleren op geloof en bekering. In de recensie van het boek van V.d.Zw. betoogt ds de Wit dat de mens geen enkele rol heeft in de bekering, iets wat haaks staat op de Dordtse leerregels.

A.Bart ziet binnen zijn kerkverband duidelijk een verschuiving plaatsvinden richting G.G.in Ned. Een kerkverband dat werd opgericht door Dr. Steenblok in 1953. Kort daarvoor was Dr. Steenblok de Ger.Gem uitgezet omdat hij tè eenzijdig preekte.

Binnen het kerkverband dat hij toen oprichtte wordt gezegd, dat Gods beloften alleen bestemd zijn voor de uitverkorenen. Een theologische opvatting die nu terug te vinden is in de artikelen serie van ds. de Wit.

A.Bart: in de artikelen serie van ds. de Wit wordt met zoveel woorden gezegd, dat de “wet” levend maakt, dat de wet een levendmakende bediening heeft en dat is iets wat in heel onze traditie vanaf Dordt tot nu, door geen enkele theoloog geleerd is, m.u.v. Dr. Steenblok. Ik zal u dat ook aantonen met enkele citaten. Doch eerst wil ik even wijzen op een paar citaten van ds. J.W. Kersten, die gekomen is op de plaats van Dr. Steenblok op de theologische school destijds.

Laten we eens kijken hoe hij nu over dit soort dingen spreekt. Ik wil twee begrippen even naar voren halen, die heel belangrijk zijn in deze discussie, n.l. de wedergeboorte en het geloof. Ik citeer vanuit het boek van ds. J.W.Kersten “Wat is uw enige troost”: “Ik zeg het u voor de zoveelste keer met grote nadruk en ik hoop dat het in uw harten mag inslaan. De werkzaamheid van een levendgemaakte ziel, zegt Koelman, is naar Jezus heen. Hoort u het, u kunt zoveel ondervinden en zoveel toestanden in uw leven en zoveel kennelijke dingen hebben beleefd; het is de moedergenade zegt hij. Uit die baarmoeder van de genade Gods, komen de geloofsoefeningen te voorschijn. Elke geloofsoefening heeft maar één voorwerp en dat is de Heere Jezus. Hoe kan het ook anders. dat kan ook niet anders, want het hele Woord staat er vol van.

Dat is nu het allerduidelijkst. U begrijpt niet hoe mensen het op een andere grond wagen, dat kunt u niet begrijpen. Zo duidelijk staat het op elke bladzijde.

Die in de Zoon gelooft, niet die krijgt straks het leven, maar die heeft het leven. Het is de moedergenade en de eerste beweging van een levendgemaakte ziel is naar Jezus toe.”

Dit toont dus wel aan dat de Ger.Gem. een verschuiving heeft ondergaan. Nu een ander citaatje er tegenover en dat is dan van Dr. Steenblok: “Alleen na de wedergeboorte door de zaligmakende ontdekking der genade, let op, uit de werking der wet, wordt plaats gemaakt voor Christus en de beloften. Ook vangt de Heidelbergse Catechismus aan met de vraag: Waaruit kent gij uw ellende? En dan is het antwoord: Uit de wet Gods.” U ziet dus dat Dr. Steenblok heel duidelijk stelt, dat de mens levend gemaakt wordt door de wet. Dat op die manier plaats gemaakt wordt voor de bediening van Christus en dat dan pas de beloften voor hem gelden..Dat is in feite wat ds. de Wit in zijn artikel zegt, als hij zegt: De wet is het eerste wat komt en daarmee aangeeft, dat wanneer iemand wedergeboren wordt, hij zich dadelijk richt op de wet. Ik noem dit een heel duidelijke afwijking van de lijnen die vanaf de Dordtse synode tot op onze eigen theologen steeds geweest is.

Dat is: dat het evangelie is een zaad der wedergeboorte. Als we het anders gaan brengen, zitten we op de lijn van Dr. Steenblok.

Gr.: U noemde een citaat van ds. J.W.Kersten en in het boek van V.d.Zw. worden er nog veel meer geciteerd, zoals de Erskines, Boston, Spurgeon etc. waarmee hij probeert aan te tonen dat het mensen waren, die een ruim aanbod van genade voorstonden. En nu zegt ds. de Wit: Ja, wacht even, dat is selectief met citaten omgaan, ik kan er nog wel een paar noemen, waarin het tegendeel blijkt.

A.Bart: Uiteraard heeft V.d Zw. een selectie gemaakt, dat kan ook niet anders. Maar de vraag is: (ds. de Wit zegt hij heeft dingen weggelaten) maar de vraag is, of deze dingen die hij weglaat, passen bij het onderwerp.

Nee, dat wordt niet ontkracht. Dr. van der Zwaag heeft de oudvaders in dat opzicht heel goed begrepen. En daar antwoordt ds. de Wit dan op: Hij maakt algemeen, wat bedoeld is voor Gods volk. Ik heb dan ook in mijn artikel (A.Bart) heel duidelijk ontkend dat dit zo is.

Gr.: Het artikel van mr. A. A. Bart bevat 12 punten, waarin hij aantoont dat ds. de Wit, Dr. van de Zwaag geen recht doet met zijn recensie. Het 17 pagina’s tellende stuk, heeft hij aan ds de Wit opgestuurd en daarop kreeg hij ook een reactie.

A. Bart: Inderdaad, ik heb inderdaad een reactie van hem gekregen, maar helaas inhoudelijk is dat nul komma nul.

Gr. Wat zegt hij dan?

A.Bart: Dat zijn formele opmerkingen, weinig inhoudelijks, ik wil daar niet uit citeren, dat is privé, correspondentie.

Gr.: Bent u daarin teleurgesteld?

A.Bart: Ik ben daarin teleurgesteld en ik begrijp het ook niet.

Gr.: Denkt u dat hij te trots is om te buigen?

A.Bart: Dat zou triest zijn, zeker voor een predikant.

Gr.: Maar denkt u dat het zo is?

A.Bart: Ik moet er vanuit gaan, zolang het niet anders wordt, ja.

Gr.: De reactie die we nu lezen van ds. de Wit, is toch een beetje in de lijn en de manier waarop de laatste jaren met allerlei publicaties is omgegaan. We hebben Prof. Blaauwendraad gehad met een paar boekjes, die ook onder censuur is gezet en de toegang tot het Heilig Avondmaal is ontzegd.  Dat zelfde is ook met Van der Zwaag gebeurd. In die zin is het toch niet zo verbazingwekkend wat gebeurt, gezien wat de laatste jaren heeft plaats gevonden.

A.Bart: Het is in dat opzicht verbazingwekkend, dat de boeken van de voorgangers zoals prof. Blaauwendraad die veel beknopter zijn geweest, dit een veel uitvoeriger studie is, waar men nauwelijks omheen kan.

In dit opzicht is het verbazingwekkend en het is heel ernstig en schrijnend.

Gr.: Ds. de Wit zegt: Het boek van V.d.Zw. is  “laakbaar”, maar uiteindelijk vindt u zijn artikel ook laakbaar, als ik het zo hoor.

A.Bart: Laat ik het zo zeggen, er zijn door mij een 12-tal punten geconstateerd, waarop het niet correct is,

Het wordt laakbaar als iemand er van afweet en er niet op terugkomt.

Dus wordt het laakbaar.

Gr.: Maar hij weet het toch, hij heeft u toch een brief gestuurd waarin hij er niet inhoudelijk op ingaat, dus dan kan ik toch de conclusie trekken dat u het laakbaar vindt.

A.Bart: Het volharden in incorrectheden dat is in dit opzicht laakbaar.

Gr.: Maar dat heeft dan nog wel consequenties, wat u zegt.

A.Bart: Dat kan heel diep ingrijpende consequenties hebben, ja.

Gr.: Dat zou in concreta betekenen dat ds. de Wit censurabel zou moeten zijn.

A.Bart: Wat voor de één geldt, geldt ook voor de ander, ja. Er worden in de kerk geen twee maatstaven gehanteerd.

Gr.: Ik begrijp dat ds de Wit vanwege dit artikel, als hij daar niet op terugkomt, van dit artikel onder censuur gezet zou moeten worden!

A.Bart: Ik wil niet op dingen vooruit lopen, maar ik weet wel, dat er een stroom van protest naar zijn kant gegaan is.

Gr.: Gaat het om grote groepen mensen binnen zijn kerkverband?

A.Bart: Een heel aantal mensen, ja, en het laatste woord is er nog niet over gesproken.

Gr.: Ds.  Hegger heeft nog niet zolang geleden een boek geschreven: Vader ik klaag u aan. Waarin hij de kerkleiders van de Ger.Gem pauselijk gedrag toeschrijft.

‘t Zijn eigenlijk een soort pausjes die vanuit hun pauselijke stoel Ex Cathedra spreken. Bent u dat met hem eens?

A.Bart: Ja, Ex Cathedra betekent, zodra ik achter de catheder sta, (in dit geval de paus dan) ben ik onfeilbaar. Ik zal citeren wat ds. Moerkerken in een vrij recent artikel zegt:

Hij zegt: Dat men veel van ons vragen mag, maar niet dat we de inhoud van prediking wijzigen.

Wat is dat eigenlijk anders, dan als ik achter de catheder sta, mag je van mij niet vragen de prediking te wijzigen. Dat is dan eigenlijk Ex Cathedra spreken.

Gr.: Dan ben je toch uitgepraat.

A.Bart: Als we naar menselijke maatstaven rekenen wel, maar God is machtig te doen veel overvloediger, dan dat wij kunnen denken of bidden.

Hierover hebben we ds de Wit gebeld, maar hij wenst geen enkel commentaar te geven.

 

 

We gaan nu naar Den Uil hij gaf jarenlang ethiek binnen de cursus godsdienst onderwijs binnen de Ger.Gem. daarnaast schreef hij ook columns in het jongerenblad Daniël.

Den Uil  is ook erg teleurgesteld in de recensie van ds. de Wit.

 

P.d.Uil:De toon en het bijna censurabele wat hij erin legt,  ja, daar ben ik toch wel van geschrokken.

Gr.: Dat had u ook niet verwacht dat het zo hard van toonzetting zou zijn?

P.d.Uil: Ik had natuurlijk wel verwacht dat alles wat riekt naar kritiek op de Ger.Gem., gepareerd zou worden in het kerkelijk blad, maar dat het deze kwalificaties mee zou krijgen, daar ben ik echt van geschrokken, omdat het toch ook wel een en ander zegt over de ruimte die binnen het kerkgenootschap krijgt om te publiceren en wat je wilt publiceren en wat daar dan ook de gevolgen van zijn plus ik kan me niet voorstellen dat in zo’n gevoelige materie ds. de Wit een artikel heeft kunnen plaatsen zonder dat de volledige redactie daar heeft achter gestaan.

Volgens mij praat ik over de volledige redactie van de Saambinder, meer nog dan over ds. de Wit zelf.

Er lijkt een soort vijandbeeld achter te zitten van er is een schrijver die wil ons iets vertellen, dus selecteert hij allerlei citaten die hem in de kraam te pas komen en dan wordt het een heel dik boek wat niet te betalen is, maar gelukkig zijn er meedenkers die wel geld hebben. Dat is geen gedachte van mij, maar dat schrijft ds. de Wit in zijn recensie. Het machtsmiddel  “publiciteit” gekoppeld aan het macht van de journalist wordt versterkt door de macht van het geld en zo is een breekijzer gevonden waarmee de leer van de Ger.Gem. benaderd wordt. Dat bedoel ik als ik er een soort vijandbeeld in bespeur.

Gr.: Maar dat is toch een  beetje de houding toch, die je bij elke vorm van kritiek zie, dat het als vijandschap wordt gezien?

P.d.Uil: Nou ik heb daar toch onderscheiden ervaringen mee. Ik ben de laatste die zou willen meewerken aan een eenzijdig beeld en daarmee een karikatuur van de Ger.Gem.

Gr.: Maar kritiek wordt toch niet geduld?

P.d.Uil: Volgens mij zit er een onderscheid tussen kritiek die op papier staat en breed verspreid wordt die in boekvorm of in uitzendingen terecht komt, of de kritiek die ik onder vier ogen uit, maar ik kan naar eer en geweten zeggen dat ik ooit in mijn leven, dat is nog geen jaren geleden, alle moed verzameld heb om mijn predikant aan te spreken op de prediking, omdat ik daar moeite mee had, en dat ik allervriendelijkst ontvangen ben en dat er een open gespreksklimaat was en dat ik achteraf zei: Waarom heb ik er eigenlijk tegenop gezien?

De andere kant was, dat een ouderling tegen mij gezegd heeft: Weet je wat het is, als God een mens komt te bekeren, dan houdt alle redeneren op en dan heb je het gevoel of niet begrepen te worden of, er mag geen kritiek zijn, dus beide kan voorkomen, maar ik zou niet durven zeggen, dat zou niet eerlijk zijn, in de Ger.Gem. kun je niet met kritiek komen.

Gr.: Dan moet je onderscheid maken tussen de kerkelijke leiding in dit geval ds Moerkerken als rector van de hoge school, de redactie van de Saambinder en de rest zeg maar het grondvlak.

P.d.Uil: Nou ds. Moerkerken die heeft niet zo lang geleden gezegd: mensen vinden dat ze geen aandacht krijgen of te weinig aandacht krijgen, of niet serieus genomen worden, maar, let op, als ging het over de publicaties van prof. Blaauwendraad,  er wel aandacht aan geven, maar de inhoud van het artikel komt niet van pas, men krijgt geen gelijk, dan moet je niet twee dingen gaan verwarren, dat, omdat je geen gelijk hebt gekregen, er geen aandacht hebt gekregen, dat zijn twee verschillende dingen. Op zichzelf ben ik dat met hem eens. Maar geen gelijk krijgen, dat kan ook op twee manieren, dat kan wegzettend gebeuren, oppervlakkig gebeuren, maar je kunt ook laten zien, dat je door de stof heen gekropen bent.

Gr.: Wat zou de reden daarvan zijn?

P.d.Uil: Ik denk dat er altijd behoefte is om de leer van de kerk zuiver te bewaren, het zou gek zijn als de kerk dat niet zou willen, en in de tweede plaats de realiteit is, dat er op landelijk niveau soms ook op plaatselijk niveau er zich stromingen aan het ontwikkelen zijn die je niet verder uit elkaar ziet drijft, maar die je bij elkaar wilt houden.

Of het nu angst is of voorzichtigheid, dat weet ik niet. Ik denk dat er nog een component is, dat is de emancipatie van de kerkleden zelf. Naar mate dat zij meer geschoold zijn, daar zijn ook allerlei redenen voor te vinden waarom dat zo is, is er een grotere kans of een kenniskloof of een zienswijze kloof, tussen predikant en kerklid en dat is een lastig vraagstuk.

Gr.: Dat is dus anders dan bijvoorbeeld vijftien jaar geleden, want toen hadden misschien gewone leden niet zo snel gezegd dat ze het met de lijn van de kerk niet eens waren.

P.d.Uil: Ik weet niet of een termijn van 15 jaar de juiste is, maar het verschijnsel als zodanig doet zich denk ik wel voor.

Gr.: Maar goed het is wel opvallend dat het pak hem beet, een discussie is van de laatste vijf jaar.

P.d.Uil: Misschien wordt het geïntensiveerd door dat als er een schaap over de dam is, er meer volgen, dus als iets niet afgerond is, op een wijze die niet welgevallig is en er zijn nog meer mensen met die materie bezig, die zeggen ja maar ik vind toch dat de afloop niet naar tevredenheid is, dus kom ik ook nog maar met mijn publicaties.

Gr.: Ik kom nog even terug op de inhoud van de publicatie van ds. de Wit, die is hard van toonzetting zo zei u net al en dan ga ik praten hoe dat nu komt en ga ik me afvragen heeft de verharding in de discussie niet ook te maken dat er al verschillende boeken over dit onderwerp verschenen zijn? Blaauwendraad met zijn boek, ds. Harinck, ds. Hegger met zijn boek waar ook de leer van de Ger.Gem. ter discussie wordt gesteld. Dat die predikanten in dit geval ds. de Wit het een beetje zat zij elke keer weer het zagen aan de stoel van de leer van de Ger.Gem.

P.d.Uil: Het is heel moeilijk iemand op zijn motieven te beoordelen, als zij die motieven niet aan het papier hebben toevertrouwd en je zelf met interpretaties moet gaan werken van wat je hebt gelezen. Ik persoonlijk heb ds. de Wit daar niet over gesproken.

Gr.: Als ik zo de recensie lees, zegt hij, ik vind het onbegrijpelijk dit boek. In dit boek ligt een grote verzoeking het lezen ervan heeft mij heel veel tijd gekost, een tijd die ten koste gaat van de taak waar ik als predikant toe geroepen ben. Misschien moeten we in het vervolg deze boeken maar laten voor wat ze zijn. Wie zit er op te wachten. Je proeft hier echt niet een toon van betrokkenheid. Meer van jongens ik ben het zat, waar heb ik mijn tijd nou eigenlijk aan besteed.

P.d.Uil: Ja dat is een passage die ik bijzonder ongelukkig vind, waar ik echt verdrietig van ben. Waarvan ik dacht, het heeft je niet verrast dat het 1100 pagina’s  is. Dus had dan gewoon “nee” gezegd. Hij weet natuurlijk, de redactie weet, dat “nee” zeggen de uitwerking kan hebben het gevoel volkomen genegeerd te worden, bij de schrijver en bij allen die met hem meedenken. Dus ze moesten recenseren, dat is duidelijk. Als je nu voor jezelf a. een heel duidelijk beeld van de leer hebt en b. van het aantal keren dat die leer al met een aantal publicaties bevestigd is, alleen dan kan ik me voorstellen dat je zegt: Moet ik dat nu weer een keer gaan uitleggen? En dan ook nog met zo’n groot werk. Ik vrees dat je dan de werkelijkheid onvoldoende  onder ogen ziet want het leeft in intense mate.

Gr.: Ik wil nog even een citaat voorlezen van ds. de Wit, een slot artikel, dan zegt hij op een gegeven moment; Wanneer belijdenis catechisanten aan het einde van de catechisatie komen, worden hun de vragen van Voetius voor gehouden en daar gaan ze voor Gods aangezicht “ja” op zeggen, de eerste vraag, die luidt dan: Verklaart gij dat gij de leer van onze kerk welke gij gehoord en beleden hebt, houdt voor de ware en zaligmakende leer overeenkomende met de Heilige Schrift. De catechisant belooft dan daarbij te leven en te sterven en nu ligt er een boek voor ons dat niet alleen bij de leer vragen stelt zoals een catechisant nog vragen kan hebben, maar ook die leer veranderen wil. Anders gezegd: We gaan helemaal niet discussiëren over de leer, hoe durf je eigenlijk!

P.d.Uil: Ik vind dat naar mijn gevoel een misvatting, want Van der Zwaag stelt niet de leer als zodanig niet ter discussie. Volgens mij heeft Van der Zwaag heeft het over de manier waarop we in de prediking die leer tot realiteit brengen. Dat is een heel ander vraagstuk. En het zou bijna rooms zijn, en ik gebruik uitdrukkelijk dat woord, ik heb er goed over nagedacht voordat ik dit gesprek inging, om dit woord te gebruiken, het zou bijna rooms zijn;

Gr.: Bijna of is het rooms?

P.d.Uil: Laten we maar zeggen: Het is rooms, om je als predikant buiten elke vorm van kritiek te stellen. Ik vind dat ds. de Wit er toe neigt, ook in het slot van dit artikel als hij zegt: Op grond van het bevestigings­for­mulier moet je hem hoogachten. Natuurlijk in zijn houding moet je hem hoogachten. Maar in het bevestigingsformu­lier staat uitdrukke­lijk dat die dominee naardien hij het Woord van God verkondigt.

Gr.: In het artikel noemt ds. de Wit het boek van Van der Zwaag laakbaar, maar als ik u de vraag stel vindt u zijn recensie kijk, noemt u die dan ook laakbaar?

P.d.Uil: Als ik een inschatting maak op de gronden waarop ds. de Wit V.d.Z. laakbaar vindt, kan ik stellen dat zijn eigen criteria ook over hem uitroept dat ook hij op zijn minst laakbare aspecten heeft vertoond.

Gr.: U vindt dat hij hier op terug moet komen.

P.d.Uil: Je kunt nooit zeggen dat iemand iets moet. Je kunt hooguit zeggen dat de waarheid en de waarheidsbeleving zich zo zou ontwikkelen, dat de dominee datgene gaat doen waarvan hij voelt dat het vruchtbaar zou zijn. En ik wil toch graag benadrukken dat ik dominee de Wit als onderdeel wil zien van wat de Saambinder doet, daar zit een redactie achter, dat is meer dan ds de Wit.

Gr.: U zei het artikel is laakbaar van ds. de Wit.

P.d.Uil: Niet het artikel is laakbaar, sommige aspecten eruit zijn laakbaar.

Gr.: Vindt u het ook censurabel?

P.d.Uil: Nou censurabel, ik vind het kritiseerbaar.

Gr.: Het Ned. Dagblad heeft het boek van Van der Zwaag een steen in de vijver genoemd, en dat is het inmiddels wel geworden.

P.d.Uil: Dat is het wel geworden, maar dat betekent niet dat het ernstig is, een steen in vijver kan toch ook wel tot fijne dingen leiden.

Gr.: Bent u nu optimistisch over het verloop hoe het nu verder gaat  met  de Ger.Gem.?

P.d.Uil: Ik geloof dat ik optimistischer ben naar mate zou gebeuren dat meer  mensen in hun eigen beperkte kring een steen in vijver effect hebben.

Ik verwacht niet al te veel van publicaties, die kunnen wel een goede katalysator zijn maar ik verwacht het meest van biddende mensen die kleinschalig constructief, dus niet kattend, maar constructief en die met die kritiek komen op de plaats waar die gehoord moet worden.