Nederlands Dagblad, 12 september 2003

Antwoord op de belangrijkste levensvragen

Afwachten of verwachten. De toe-eigening des heils in historisch en theologisch perspectief

door prof. dr. W. van 't Spijker

De kop hierboven is ontleend aan de fundamentele uitspraak die dr. K. van der Zwaag aan het eind van zijn werk neerschrijft. ,,De klassieke gereformeerde traditie is naar onze mening nog steeds springlevend en geeft een actueel antwoord op de belangrijkste levensvragen: hoe vind ik een rechtvaardig God en hoe komt de ziel tot haar eeuwige zaligheid?''

Luther zocht, blijkens de verhalen die daaromtrent gaan, een genadig God. Van der Zwaag formuleert wat anders. Hij zal zeker hetzelfde bedoelen. Zijn werk gaat uit van de overeenstemming van genade en recht van God. Het zijn de twee 'eigenschappen' die in de geloofservaring soms tegenover elkaar geplaatst worden, maar die in de prediking van het evangelie elkaar ontmoeten.

Het zijn deze belangrijkste levensvragen die in de 'kleine kerkgeschiedenis' tot op heden een rol spelen. Men zou wensen dat ze in de 'grote kerkgeschiedenis' beter en duidelijker aan de orde kwamen. Ze raken op een onmiddellijke manier de soteriologische inzet van alle theologie, zoals de Reformatie zo duidelijk heeft betoond.

Encyclopedie

Het boek van Van der Zwaag gaat er zeer breedvoerig op in. Het heeft, vergeleken met een niet gering aantal andere soortgelijke uitgaven, iets van het definitieve, het laatste wat voorlopig over deze materie is verschenen. Zonder aarzeling kan men het een encyclopedie noemen waarin vrijwel alle onderwerpen behandeld worden die samenhangen met de persoonlijke verwerving van heilszekerheid.

Zijn behandeling is niet zozeer exegetisch of dogmatisch. Zij is vooral niet gericht op het gelijkhebben van de een of andere kerkengroep. Zij beschrijft wat de auteur in een immense hoeveelheid literatuur heeft aangetroffen. Zij staat niet zozeer direct in het teken van een pastorale theologie, zij het ook dat men er op tal van pagina's leidinggevende, pastorale gedachten aantreft. Het boek is van de hand van een kerkhistoricus, die bezig is een van de gewichtigste reformatorische thema's na te gaan in het licht van de geschiedenis.

Heel kort wordt het thema neergezet: een vroegere studie over Augustinus kon hier dienst bewijzen. De grote leraar van de genade kende nog in geen enkel opzicht het curieuze onderscheid dat tot op heden een zo zwaarwichtige plaats krijgt toegewezen, waarin belofteprediking wordt onderscheiden van evangelieprediking.

Men treft dit thema ook niet aan in de tijd van de Reformatie. Als het daarover gaat, Luther vooral, maar ook Calvijn klom zonder enige bedenkingen de preekstoel op om het evangelie als belofte te prediken. Het verschil in de bediening en wezen van verbond en belofte werd in hun tijd nog niet omgebogen, met de bedoeling de verbondsgedachte te laten overheersen door de verkiezing van God.

Het tweede hoofdstuk borduurt zowel in grote patronen, als in het kleine borduursel voor op het grote thema van de Reformatie. De thematiek van de Nadere Reformatie speelt erdoor heen, wanneer vertegenwoordigers van die beweging hun mening zeggen.

De toon in dit stuk is gevuld met de boventonen - de vulstemmen, zou men kunnen zeggen - van interpretaties, fout en goed van hen die zich vroeger of later op de Reformatie hebben beroepen. Er is nog al wat geciteerd bij piŽtisten, puriteinen, pastorale schrijvers, gewetensonderzoekers en auteurs van volkse, leerstellige boeken. Van der Zwaag houdt zijn eindje vast door de onbevangenheid van de Reformatie inzake prediking, verbond, zekerheid, bevinding of ervaring als schriftuurlijk te blijven aanmerken.

Conventikel

Zijn de tijden dan niet veranderd? Volgens Van der Zwaag was er sprake van een keer, toen na de Afscheiding zich terzijde de conventikelgeest bleef handhaven en dit vorm kreeg in de zogenaamde Kruiskerken. Hij stoot daarbij door tot op een problematiek die sindsdien niet meer van de oorspronkelijke vraagstelling is te scheiden. De Afscheiding, hoe gerechtvaardigd ook, leverde een aantal bijproducten, die het kerkelijke leven in ons land sindsdien gewijzigd hebben. De veelkeurigheid betekende echter geen verrijking.

De hoofdstroming van de Afscheiding richtte zich na enige tijd van bedenken op de Reformatie, Luther en Calvijn. In de losse groepen plantte zich een geest voort, maar ook een mentaliteit. Het was een onbedoelde ontwikkeling. Toen de Kruisgemeenten eenheid vonden bij de Christelijke Gereformeerde Kerken, bleven enkele kleine splintergroepen achter, die G.H. Kersten met moeite bijeen wist te brengen en ook kerkordelijk te groeperen. Zijn poging de eigen identiteit van deze gemeenten te profileren ten opzichte van met name de Christelijke Gereformeerde Kerken berustte evenwel op een historische, theologische en dogmatische misvatting, zodat onderhuids alle schijnbare eenheid bleef voortbestaan. De spanningen binnen de huidige Gereformeerde Gemeenten gaan ten diepste daarop terug.

Ik laat nu voor een moment de op karakterologische diversiteiten berustende conflicten die de jaren vijftig ontsierden (Kersten, Kok, Steenblok) onbesproken. Karakters botsen in vrijwel ieder kerkelijk conflict. Ik laat ook onbesproken het feit dat eveneens in vrijwel alle kerkverbanden identieke, op generatieverschuivingen berustende 'bewegingen' zijn op te merken, als zijnde meer sociologisch dan theologisch van aard.

Wortels

Terecht, het moet met nadruk gezegd worden, terecht pleit Van der Zwaag voor een serieuze terugkoppeling naar de wortels: Reformatie en puritanisme of Nadere Reformatie. Terecht oordeelt hij dat het in zijn kerken - de Gereformeerde Gemeenten - niet aangaat de theologische koers ('dit is altijd de leer van onze kerken geweest') te laten voorschrijven door leidinggevende enkelingen. Zij kunnen deze uitspraak alleen doen door te persisteren bij wat ik hierboven een historische, theologische en dogmatische misvatting moest noemen.

Men zou kunnen stellen dat een verkeerde vraagstelling ook een verkeerd antwoord moet opleveren. G. Wisse heeft daarop indertijd gewezen met betrekking tot de kwestie van aanbod van genade, belofte en evangelie. Wat Remonstranten ons in de schoenen schuiven, kan niet zonder gevaar te lopen uitgangspunt vormen voor een serieuze discussie.

Gereformeerde theologie gaat uit van het werk van de Heilige Geest, van de Geest van Christus, als Degene die in vrijheid van genade en verkiezing de wasdom geeft. Waar dit vergeten wordt, kan de theologie ontaarden in een vrome weergave van hetgeen religieuze mensen beleven of niet beleven. Terugkoppeling naar de wortels - dat is dan ook een 'terug' naar de tijd, waarin het evangelie zelf de kerken heeft gebouwd en niet omgekeerd. Voor een deel zijn wij kerkelijk blijven steken in een semi-voorreformatorische kerkbeschouwing. Het kenmerk van het evangelie zoeken wij niet in een kerk. Omgekeerd: we zoeken een kenmerk van de kerk in het evangelie.

Wat in dit boek helder en klaar wordt ten aanzien van een aantal kerken die soms in het nieuws zijn, geldt in evengelijke mate van de andere kerken der 'kleine oecumene'. Ook ons wordt een spiegel voorgehouden. Waarom zijn en blijven de puriteinen, moderne en klassieke, zo in trek vandaag? Waarom zijn er zulke conventikelachtige verschijnselen onder ons zichtbaar? Hier een club en daar een club? Bovendien, is het volk dat hier grotendeels in beeld komt, niet ook ditmaal been van ons been en vlees van ons vlees? Of zijn wij soms die beslissenden momenten uit onze eigen historie volstrekt kwijtgeraakt? Wie durft zeggen, dat het niet om onze zŠŠk gaat?