Bewaar het Pand, 6/11/03

 

WAT IS ER GAANDE IN DE GEREFORMEERDE GEMEENTEN?

 

Ds. P. den Butter


Van tijd tot tijd schrijven we in ons blad over diverse ontwikkelingen in verschillende kerken. We signaleren gebeurtenissen in onze eigen kerken; soms dingen waar we niet zo blij mee zijn, maar zorg over dragen. We signaleren ook wel eens zaken die in andere kerken plaats vinden. Zaken, die wel wat verder van ons afstaan, maar die vanwege allerlei verbondenheid, die er met die andere kerken mag zijn, toch ook ons aangaan. Datzelfde gebeurt ook geregeld in andere kerkelijke bladen en daar is niets mis mee. Tenslotte gaat de moeite, die anderen ondervinden ook ons aan, zoals dat omgekeerd ook het geval is.

Dit keer richten we de blik op de Gereformeerde Gemeenten, een kerkverband waarmee wij als Christelijke Gereformeerde Kerken weliswaar weinig nauwe contacten onderhouden, maar waar ongetwijfeld velen van onze lezers wel heel wat verbondenheid mee gevoelen. Nu, het is duidelijk dat er in die Gemeenten heel wat aan de hand is. In het blad dat in die kring verschijnt, 'De Saambinder', verschijnen van tijd tot tijd artikelen, die ons er over inlichten. Ook de dagbladpers maakt er geregeld melding van, via artikelen of ingezonden stukken. Bovendien verschijnen er boeken, die voor de nodige discussie zorgen. Maar waar gaat het nu eigenlijk om?

Onder vuur?
Laten we ons uitgangspunt nemen in een artikel van de hand van ds. A. Moerkerken, dat verscheen in 'De Saambinder' van 18 september j.l. Onder de titel Onder vuur schrijft hij over wat hij ervaart als aanvallen op de leer en de prediking van de Gereformeerde Gemeenten. Die aanvallen ziet hij in een aantal publicaties van de laatste tijd, waarbij hij met name noemt het boek van ds. H.J. Hegger, getiteld Vader, ik klaag u aan en het boek van dr. K. van der Zwaag, Afwachten of verwachten?. Verder komen ter sprake de al eerder verschenen boekjes van prof. dr. J. Blaauwendraad en artikelen in het blad CV Koers en de kranten Nederlands Dagblad en Reformatorisch Dagblad. Wat niet met name genoemd wordt, maar ongetwijfeld ook meegesproken heeft is het boek van ds. C. Harinck De toeleidende weg tot Christus en mogelijk ook diens andere werk De prediking van het Evangelie.

De titel van bedoeld artikel geeft al duidelijk aan, hoe de schrijver de genoemde publicaties ervaart. Hij schrijft letterlijk: 'Onze gemeenten liggen de laatste tijd onder vuur'. En, in zekere zin geef ik hem gelijk bij deze typering. Er zijn publicaties bij, die men inderdaad ervaart als pijlen of kogels, afgeschoten op een wijze die niet altijd van de juiste gezindheid getuigt. Zo heb ik zelf met name de lezing van het boek van ds. Hegger ervaren. Ik kan best nog wel begrip hebben voor de aanleiding die er was om bepaalde dingen aan de orde te stellen en ingebrachte aantijgingen te weerleggen. Toch geloof ik, dat dit boek niet had geschreven moeten worden. In ieder geval had het niet geschreven moeten worden op de manier waarop het geschreven is. Nu schiet het ten enenmale zijn doel voorbij en doet het meer schade dan goed. Iemand kan ook te veel willen bewijzen en dan bewijst hij juist niets meer. Jammer, dat een 87-jarige zich zo heeft laten gaan!

Ook de publicaties van prof. Blaauwendraad, die nu al enige jaren geleden het licht zagen, ademen zo nu en dan een geest, die beter onderdrukt had kunnen worden. Dat geldt zeker van diens tweede boekje. Daardoor zijn bepaalde zaken, die hij aan de orde heeft willen stellen en die zeker wel een eerlijke overweging verdienen, onvoldoende tot hun recht gekomen, ook in de op de verschijning van die boekjes gevolgde discussies. Ik kan begrijpen, dat Moerkerken ook hierin aanvallen op de Gereformeerde Gemeenten heeft geproefd.

Maar met dit alles is niet gezegd, dat alles wat ds. Moerkerken noemt nu ook gezien moet worden als oorlogsmateriaal, waarmee de Gereformeerde Gemeenten onder vuur genomen worden. Zo althans taxeer ik de geschriften van Harinck en Van der Zwaag niet. En ik geloof ook niet dat met een dergelijke aanduiding aan de oprechte intenties van de schrijvers recht gedaan wordt. AI te snel wordt alles gezien als liggend in dezelfde lijn en beoordeeld als te zijn geschreven vanuit dezelfde geest. En dat betwijfel ik ten zeerste. Hier zou ook gedacht kunnen worden aan een woord van M'Cheyne: Hij is mijn vriend, die mij de meeste waarheid over mijzelf vertelt. Mijn vriend, ja; niet mijn vijand.

Waarom het gaat
Waar gaat het immers om? Zowel ds. C. Harinck als dr. K. van der Zwaag hebben de leer en de prediking van de Gereformeerde Gemeenten geanalyseerd en die getoetst aan de leer en de prediking van Reformatie en Nadere Reformatie en Puritanisme. Ds. Harinck deed dat op enigzins beknopte wijze en dr. Van der Zwaag deed het veel uitvoeriger. Een onmiddellijk gevolg van deze methode is dat er nog al wat citaten in deze boeken te vinden zijn; citaten waarin anderen direct aan het woord gelaten worden. Ieder zal zien dat dit grote voordelen heeft.

Het geven van citaten levert echter ook nadelen op. Men wil iets bewijzen en beroept zich daarvoor op wat anderen gezegd hebben. Maar soms kan een citaat wel wat uit het verband waarin het staat gehaald worden en komen de geciteerde woorden niet helemaal over zoals ze bedoeld zijn. Dat kan zelfs onbedoeld gebeuren. Ieder die schrijft, zal hierop natuurlijk goed bedacht moeten zijn, wil zijn betoog door anderen niet als eenzijdig bestempeld worden.

Anderzijds moet ook bedacht worden, dat het bij de beoordeling van zo'n publicatie vrij gemakkelijk is om te zeggen, dat het citeren eenzijdig is gebeurd waardoor het gesprek ook weer niet veel verder kan komen.

Maar goed, welke conclusies zijn er nu getrokken en welke vragen zijn er nu gesteld? De kernvraag is wel: Is alles wat in de Gereformeerde Gemeenten geleerd en gepredikt wordt wel helemaal in overeenstemming met wat we vanuit de Reformatie en de Nadere Reformatie hebben overgeleverd gekregen? Genoemd worden dan met name de 'standen-leer'; de gedachte dat de weg van de Borg ook de weg van de kerk is; de mening dat de Heere Zijn volk in geestelijk opzicht altijd leidt langs de weg van de heilsfeiten; de idee, dat het boek Ruth bedoeld is om ons onderwijs te geven ten aanzien van de weg, waarlangs de Heere een ziel tot Christus leidt; enz. Ook vragen betreffende de diepte van de zonde-kennis, de vierschaar-beleving, het adres van de beloften, de kracht van de oproep tot bekering, e.d. komen aan de orde.

Het gaat dus met name om zaken die uiterst belangrijk zijn. Ze betreffen immers de wijze, waarop een zondaar deel krijgt aan Gods genade in Christus; de wijze, waarop de Heere zondaren zalig maakt. Er zijn niet veel zaken die zo belangrijk zijn als juist deze. Maar dan zal het er wel om moeten gaan, dat we bij de overdenking van deze dingen en in het leiding geven erin duidelijke taal spreken en vooral schriftuurlijk bezig zijn.

Over deze dingen wordt uiteraard vandaag niet voor het eerst nagedacht. Daar zijn onze vaderen ons al heel wat jaren geleden in voorgegaan. En wat zij daarover bij het licht van Gods Woord verstaan hebben, hebben zij in hun geschriften ons nagelaten. Het is dan ook zonder meer geboden dat we daar nauwkeurig kennis van nemen. Ook in dit opzicht behoeven we vandaag niet opnieuw 'het wiel uit te vinden'.

Jaloers
Met andere woorden, een discussie als waarom in een aantal van de genoemde geschriften op een eerlijke en soms zelfs zeer bezorgde toon gevraagd wordt, is dringend gewenst. De vraag om een gesprek erover is ook volkomen legitiem. Ik zou zelfs willen zeggen, dat ik in dit opzicht jaloers ben op de Gereformeerde Gemeenten, want daar zijn dergelijke vragen kennelijk nog stof voor gesprek. Waarom ik dit zeg?
In onze eigen kerken zijn er maar al te veel die dergelijke vragen helemaal niet meer relevant vinden. Men zit helemaal niet met de vraag hoe een mens tot geloof in Christus komt. Men vindt dat vragen die allang beantwoord zijn en stations die al lang gepasseerd zijn. De enige vragen die men velen in onze eigen kerken hoort stellen, gaan erover hoe je aan je geloof in de dagelijkse praktijk 'handen en voeten kunt geven'. Dat men geloof heeft is een uitgemaakte zaak. Daar ga je vanuit. Bij jezelf en bij elkaar. En een gesprek over hoe Gods Geest werkt en wat een mens in de weg van de bevinding leert en afleert vinden velen daarom geheel overbodig. Daar is geen interesse voor en daar bestaat ook geen enkele affiniteit mee. Daarom schreef ik, dat ik best jaloers ben op kerken waar deze vragen nog wel leven. De afwezigheid van vragen als de genoemde tekent nog eens te meer de geestelijke armoede die er onder ons is.

De zaak eerlijk onder ogen zien
Maar dan moeten de dingen wel eerlijk en onbevangen besproken worden. Dan is het mijns inziens niet goed om al te snel te spreken van aanvallen en van onder vuur liggen. Dat mag dan zo zijn als we sommige publicaties nemen, maar dat geldt van andere geschriften beslist niet. Niet alles moet over dezelfde kam geschoren worden. En als we er dan op ingaan, moet dat niet krampachtig gebeuren. Dan moeten er ook geen oneigenlijke argumenten gebruikt worden.

Is wat wij vandaag leren en preken - of dat nu betrekking heeft op de Gereformeerde Gemeenten of op welk ander kerkverband ook - in overeenstemming met wat God ons in Reformatie en Nadere Reformatie heeft gegeven en wat we terugvinden in bij voorbeeld onze belijdenisgeschriften? Die vraag is volkomen legitiem. Die moet zelfs gesteld worden, aangezien bij de ambtsaanvaarding beloofd wordt, dat we ons altijd zullen houden aan de gereformeerde leer. Zijn de genoemde thema's terug te vinden in de aangenomen leer? Kunnen we ons voor de 'standenleer' beroepen op ons voorgeslacht? En voor de opvatting dat de weg van de Borg ook de weg van de kerk is? En ten aanzien van de gesignaleerde verklaring van het boek Ruth?

Welke reden zou er kunnen zijn om het antwoord op dergelijke vragen uit de weg te gaan? Het kan toch niet zijn dat we vrezen dat het stellen van dergelijke vragen onrust teweeg
brengt en dat we er daarom maar het zwijgen toe willen doen? Dat lijkt mij niet de juiste weg.

Ik hoop van harte dat de discussie op de juiste toonhoogte gevoerd zal worden. Dat hoop ik ook, omdat het stellen van deze vragen niet tot de kring van de Gereformeerde Gemeenten beperkt blijft. Ook onder ons leven deze dingen. En ieder die ernst heeft leren maken met de vraag hoe we met God verzoend zullen kunnen worden en hoe de Heere zondaren leidt en onderwijst, heeft belang bij juiste, bijbelse, confessionele leiding. Vanuit dat besef is dit artikel geschreven. Graag willen wij van onze kant meedenken met wat binnen de Gereformeerde Gemeenten op dit moment de gemoederen bezig houdt. Niet als mensen die zich met het doen van anderen bemoeien, maar als mensen, die een zelfde belang hebben bij het antwoord op gestelde vragen.